De tijd dat je bang moest zijn dat je auto er onderweg spontaan mee ophield, lijkt gelukkig voorbij. Moderne auto’s zijn rijdende computers geworden vol sensoren en schermen, software en veiligheidssystemen maar ze blijken, ondanks al die techniek, betrouwbaarder dan ooit. De Consumentenbond onderzocht de ervaringen van ruim 30.000 autobezitters, en wat daaruit naar voren kwam, zegt veel over hoe ver de autowereld de afgelopen jaren is gekomen. Bijna alle merken scoren tegenwoordig een ruime voldoende. Dat is niet alleen een compliment voor de fabrikanten, maar ook voor de technologische vooruitgang die de afgelopen decennia is geboekt. Bovenaan de ranglijst staan vertrouwde namen als Lexus, Suzuki, Subaru en Toyota. Lexus is al jaren dé koploper als het gaat om betrouwbaarheid. De reden is simpel: Japanse merken bouwen auto’s met oog voor eenvoud, kwaliteit en duurzaamheid. Minder poespas, meer degelijkheid. Ook de Zuid-Koreaanse merken, zoals Kia en Hyundai, hebben enorme stappen gezet. Waar ze vroeger vooral werden gezien als betaalbare alternatieven, staan ze nu bekend om hun solide techniek en goede afwerking.









