Hoe herken je een slippende automaat?
Een ander herkenbaar probleem is slippen. Je merkt het als de motor ineens hoge toeren maakt, terwijl de auto niet versnelt. Bij DCT’s en conventionele automaten duidt dat meestal op versleten koppelingen of te weinig olie. Bij een CVT kan het duiden op een versleten duwband of ketting. Ook hier speelt onderhoud een cruciale rol: olie die oud of vervuild is, verliest zijn smerende en hydraulische werking. Soms vraagt iemand of je een automaat kunt aanduwen bij een lege accu. Helaas: dat kan niet. De hydraulische en elektronische systemen die de automaat in een versnelling zetten, werken alleen als de motor draait. Je hebt dus startkabels of een booster nodig of gewoon even de pechhulp bellen.
Als je merkt dat je automaat niet meer lekker schakelt, is het slim om er niet te lang mee door te rijden. Hoe eerder je laat kijken, hoe groter de kans dat het probleem nog eenvoudig verholpen kan worden. Je kunt terecht bij de merkdealer, een universele garage of een specialist. Waar een dealer vaak kiest voor vervanging, kan een specialist meestal reviseren of flushen: de automaat wordt dan gereinigd en voorzien van verse vloeistof, waardoor veel problemen verdwijnen.
Het verhaal dat automaten “sealed for life” zijn dat je er dus nooit onderhoud aan hoeft te doen is een hardnekkig broodjeaapverhaal. In de praktijk betekent het vooral dat de automaat het nét zo lang volhoudt als de fabrieksgarantie. Wil je dat jouw automaat echt lang meegaat, laat hem dan om de 100.000 kilometer flushen. Dat voorkomt slijtage, houdt de olie schoon en zorgt dat de transmissie soepel blijft schakelen.