Wat is beter E5 of E10 brandstof?
Sinds een paar jaar gebruiken we in Europa de benamingen E5 en E10. Dat heeft niets meer te maken met het oude Euro 95 of 98, maar alles met het percentage bio-ethanol in de brandstof. Bij E10 kan dat oplopen tot 10 procent, bij E5 blijft het beperkt tot maximaal 5 procent. Op papier lijkt dat een klein verschil, maar in de praktijk merk je het wel degelijk.
Die bio-ethanol wordt vaak gebracht als een milieuvriendelijk alternatief, omdat het uit hernieuwbare bronnen komt zoals maïs en tarwe. Alleen zit daar een belangrijke nuance in. Ethanol bevat minder energie dan benzine, waardoor je auto er simpelweg minder efficiënt op rijdt. Dat betekent vaak een iets hoger verbruik. Daarbij heeft ethanol de eigenschap dat het vocht aantrekt, en dat is precies waar de nadelen beginnen.
Voor moderne auto’s is E10 in veel gevallen “geschikt”, maar dat betekent niet automatisch dat het ook de beste keuze is. Zeker niet als je kijkt naar slijtage op de lange termijn. Ethanol is namelijk chemisch agressiever dan pure benzine. Het kan rubberen slangen, pakkingen en afdichtingen aantasten en verhoogt het risico op vervuiling in het brandstofsysteem. Vooral bij auto’s die veel korte ritten maken of langere tijd stilstaan, zie je dat effect sneller terug.
Bij oudere auto’s wordt dat nog duidelijker. Daar kan E10 op termijn zorgen voor corrosie in leidingen, injectoren en zelfs de tank. Ook de motorolie kan sneller vervuilen doordat ethanol vocht meeneemt het systeem in. Dat zie je soms terug als een beige, melkachtige aanslag onder de oliedop. Geen detail om te negeren, want smering is cruciaal voor de levensduur van je motor.
Daarom blijft E5 voor veel situaties gewoon de betere keuze. Minder ethanol betekent minder vocht, minder agressieve eigenschappen en doorgaans een schonere verbranding. Zeker als je je auto niet intensief gebruikt of waarde hecht aan behoud op de lange termijn, is E5 simpelweg rustiger voor de techniek.